De weergavevoorwaarden van de monitor aanpassen

Zodra het omgevingslicht is aangepast, kan de monitor worden ingesteld worden op basis van de veranderde lichtomstandigheden. Met behulp van de kalibratiesoftware ColorNavigator, inbegrepen bij elke ColorEdge-monitor, kunt u snel en eenvoudig nauwkeurige kalibraties uitvoeren. Indien uw monitor niet beschikt over geïntegreerde meetapparatuur dient u een toepasselijke sensor aan te schaffen. ColorNavigator ondersteunt de volgende sensoren:

Bijna alle genoemde sensoren worden geleverd met eigen kalibratiesoftware. Het wordt echter aangeraden om voor de kalibratie van uw ColorEdge-monitor alleen gebruik te maken van ColorNavigator.

Als de monitorweergave en een fotoafdruk visueel overeen moeten komen, dient u het witpunt en de helderheid van de monitor af te stemmen op het fotopapier waarop uiteindelijk zal worden afgedrukt. Bevestig het papier op een plek waar u het goed kunt zien en het gemakkelijk kunt vergelijken met de monitor, en volg dan de onderstaande instructies om het witpunt en de helderheid aan te passen.

Bij kalibratie met ColorNavigator wordt gewerkt met witpunt, helderheid en gammawaarden.

Kalibratiepunten

[1] Witpunt

Zoals reeds eerder opgemerkt, dient het witpunt van de monitor zo goed mogelijk te worden afgestemd op de kleur van het fotopapier waarop uiteindelijk wordt afgedrukt.

Zoek op wat de kleurtemperatuur is van de tl-lamp die wordt gebruikt (bijvoorbeeld 5000 K) en stel deze waarde in ColorNavigator in. Als het wit op de monitor na kalibratie een lichte blauwe tint heeft, verlaag dan de kleurtemperatuur van het witpunt en voer dan de kalibratie nogmaals uit.

Vellen wit fotopapier kunnen rechtstreeks worden gemeten met ColorNavigator. Daardoor kunnen het witpunt en de helderheid van de monitor nog nauwkeuriger worden gekalibreerd, waarbij rekening wordt gehouden met het omgevingslicht en de papierkleur.

Met enkele sensormodellen uit de Eye-One kan het omgevingslicht worden gemeten. Deze functie wordt ook door ColorNavigator ondersteund. Als u van deze functie gebruik wilt maken, klik dan op [Measure the target] (Doel meten) om het omgevingslicht te meten. De meetwaarde wordt met behulp van x-y coördinaten bepaald en gebruikt voor instelling van het witpunt.

[2] Helderheid

Als u de in paragraaf [1] besproken witpuntmeting hebt uitgevoerd, kunt u de aanpassing van de helderheid overslaan. Indien u geen witpuntmeting hebt gedaan, is het van groot belang dat de helderheid juist wordt ingesteld. Bij een typische monitor heeft fotopapier dat 's nachts bij kunstlicht wordt bekeken een helderheid met een luminantie van 80 tot 100 cd per vierkante meter. Deze waarde hangt natuurlijk af van het aantal lampen en hun afstand tot het papier. Probeer in eerste instantie te kalibreren met een luminantie van 80 cd per vierkante meter. Als de monitorweergave helderder lijkt dan het papier, verlaag dan de helderheidswaarde en voer de kalibratie nogmaals uit.

[3] Gammawaarde

Stel de gammawaarde in op 2,2, ongeacht of u gebruik maakt van Windows of Mac OS.

Kaliberen met ColorNavigator onder Mac OS

(1) Start ColorNavigator. Het pictogram van ColorNavigator heeft de vorm van een vlinder.

ColorNavigator

(2) Klik op [Create a new target] (Nieuw doel maken)

ColorNavigator Schritt 1: „Create new Target“

(3) Selecteer de optie [Measure a target] (Doel meten)

ColorNavigator Schritt 2: Measure a target

(4) Selecteer bij [Measurement device] (Meetapparaat) uw externe meetapparaat om uw papier te meten. Controleer of bij [Target to be measured] (Doel voor meten) de optie [Paper white] (Witheid papier) is ingesteld. Leg de sensor op een glad, ondoorzichtig oppervlak en klik op [Initialize] (Initialiseren).

ColorNavigator Schritt 3: Messgerät auswählen

(5) Het menu voor het meten van het witpunt en de helderheid van het papier wordt geopend. Houd het papier op ongeveer 25 cm van de sensor, zoals getoond in de afbeelding, en meet het witpunt van het papier. Klik op [Measure] (Meten) en aansluitend op [Next] (Volgende).

ColorNavigator Schritt 4: Sensor anbringen

(6) Controleer of de doelwaarden (helderheid en x-y-coördinaten van het witpunt van het papier) automatisch zijn ingevoerd en klik op [Next] (Volgende).

ColorNavigator Schritt 5: Zielwerte bestätigen

(7) Het wordt aanbevolen om voor het kleurengamma de waarde [Monitor native] (Monitor eigen) te laten staan. Alleen in bijzondere gevallen is kleurruimte-emulatie nodig.

ColorNavigator Schritt 6: Gamut Einstellung Monitor Native

(8) De gemeten waarde wordt in het volgende masker overgenomen. Klik op [Next] (Volgende).

ColorNavigator Schritt 7: Messwerte übernehmen

(9) Het selectievakje [Set the target black level] (Zwartniveau van doel instellen) moet uitgeschakeld blijven. Klik op [Next] (Volgende) (aanbevolen).

ColorNavigator Schritt 8: Set target blacklevel

(10) Schakel het selectievakje [All RGB] (Alle RGB) in, stel de gammawaarde in op 2,2, selecteer de optie [Standard] (Standaard) (aanbevolen) en klik dan op [Next] (Volgende).

ColorNavigator Schritt 9: Tonkurve des Monitors einrichten

(11) Geef een naam op voor het gewenste doel of het monitorprofiel en klik op [Finish] (Voltooien).

ColorNavigator Schritt 10: Name des Monitorprofils vergeben

(12) Leg de sensor op een glad, ondoorzichtig oppervlak en klik op [Initialize] (Initialiseren).

ColorNavigator Schritt 11: Messgerät bestimmen

(13) Verbind de sensor met de monitor en klik op [Proceed] (Doorgaan). De kalibratie wordt automatisch uitgevoerd.

ColorNavigator Schritt 12: Adjust Monitor
Externer Sensor auf Monitor

(14) Als de kalibratie is voltooid, wordt het volgende venster weergegeven. Controleer de resultaten van de kalibratie en klik dan op [Finish] (Voltooien).

ColorNavigator Schritt 13: Ergebnisse der Kalibrierung

(15) Als de papiermeting niet kan worden uitgevoerd met de beschikbare sensor voer dan de doelwaarden handmatig in (helderheid, witpunt, gamma) en klik op [Next] (Volgende). Voor algemeen gebruik wordt aangeraden om het witpunt in te stellen op een waarde van 5000 K en de helderheid op ongeveer 80 cd per vierkante meter in te stellen.

Het omgevingslicht is nu aangepast. Het witpunt en de helderheid van het scherm zijn nu afgestemd op de wittoon en de helderheid van het afdrukpapier. Om te controleren of de kleuren echt overeenstemmen, kunt u het beste een wit vlak weergeven (bijvoorbeeld een lege bestandsmap). Vergroot het vlak totdat dit het formaat heeft van het afdrukpapier. Houd het afdrukpapier ernaast en vergelijk de kleuren.


Themaoverzicht

Meer informatie over hoe omgevingslicht gedrukte foto's beïnvloedt en hoe het omgevingslicht kan worden aangepast.

Naar het artikel

De monitor aanpassen aan lichtomstandigheden

Naar het artikel

De juiste configuratie voor weergave-instellingen en bewerkingssoftware, zoals Adobe Photoshop

Naar het artikel

Afdrukinstellingen configureren via het printerstuurprogramma of het kleurbeheersysteem van Adobe Photoshop

Naar het artikel

Instructies voor configuratie van afdrukinstellingen via het printerstuurprogramma of het kleurbeheersysteem van Adobe Photoshop

Naar het artikel